Slakken, dodelijk voor jouw hond?

Waarom dodelijk?

Jouw hond loopt wel eens rond in de tuin. Dezelfde tuin waarin ook naaktslakken en huisjesslakken rondkruipen die besmet kunnen zijn met de larven van de dodelijke longwormparasiet. Zo’n geïnfecteerde slak opeten of zelfs nog maar haar slijmspoor1 doorslikken, kan jouw hond besmetten met longworm.

De longworm bevindt zich, zoals de naam het zelf al zegt, in de longen van een hond. De volwassen wormen leven in het hart en de grote longslagaders maar het zijn de larven van de worm die in de longen leven en de meeste schade kunnen aanrichten. Dat kan leiden tot onder andere hoestbuien, ademhalingsproblemen, hartklachten en zelfs tot overlijden.

Goed om weten:

  • In een vochtige omgeving kunnen de longwormlarven tot 15 dagen overleven in het slijm van de slak1.
  • Een geïnfecteerde slak kan tot 11 weken lang infectieus slijm uitscheiden1.

Voor meer info, raadpleeg je dierenarts!

 

1Conboy G. et al. (2017) Spontaneous shedding of metastrongyloid third-stage larvae by experimentally infected Limax maximus, Parasitol. Res 116:S41-S54

Eet jouw hond slakken?

Honden hebben ontelbare mogelijkheden om tijdens hun wandeling in contact te komen met huisjesslakken en naaktslakken. Deze slakken verstoppen zich in het gras of onder voorwerpen en zoeken vochtige plekken op, zoals waterkommetjes, plassen en vijvers.

Gelukkig zullen sommige honden een huisjeslak of naaktslak links laten liggen, maar velen willen deze onderzoeken en zelfs opeten. Sommige huisjesslakken en naaktslakken kunnen ook per ongeluk opgegeten worden terwijl jouw hond met zijn speelgoed speelt, van een waterplas of een kom water drinkt, gras eet of in de aarde wroet.

Speelgoed dat ´s nachts in de tuin blijft liggen, wordt dus blootgesteld aan huisjesslakken en naaktslakken die actief beginnen te worden wanneer de zon ondergaat. Kleinere slakken kunnen een schuilplaats zoeken in de spleetjes van het speelgoed en deze slakken kunnen per vergissing in het lichaam van jouw hond terechtkomen. Zorg er dus voor dat al het speelgoed van jouw hond op het einde van de dag opgeruimd wordt en bewaar dit in een doos waar geen slakken in kunnen kruipen.

Omdat naaktslakken en huisjesslakken houden van een vochtige omgeving, is ook de drinkbak, die buiten staat, een ideaal doelwit. Reinig daarom regelmatig de drinkbak van jouw hond en ververs het water.

Je kan nooit zeker zijn wanneer de naaktslakken en huisjesslakken op de loer liggen, maar de lente en de herfst zijn piekmomenten voor slakkenactiviteit.

Jouw hond hoeft zelfs geen slakken op te eten om besmet te raken met de longworm. Het inslikken van het slijm1 van geïnfecteerde slakken kan al voldoende zijn.
Plassen water, drinkbakken, lang gras, … kunnen allemaal een bron van besmetting zijn.

Ook andere dieren die slakken opeten en daarna zelf opgegeten worden door jouw hond, kunnen de longworm overdragen. Een voorbeeld hiervan zijn kikkers.

 

1Conboy G. et al. (2017) Spontaneous shedding of metastrongyloid third-stage larvae by experimentally infected Limax maximus, Parasitol. Res 116:S41-S54

Soorten slakken

In Nederland leven enkele tientallen soorten landslakken, zowel naakt- als huisjesslakken. Alle bekende slakkensoorten kunnen de longworminfectie overdragen.

Het formaat van deze slakken kan variëren van enkele millimeters tot wel 20 cm lang! Huisjesslakken kunnen tot 25 jaar oud worden, maar gemiddeld is dit een vijftal jaar. Naaktslakken hebben een kortere levensduur: 9-12 maanden.

Slakken zijn nachtdieren die houden van een vochtige, warme omgeving. Als het koud is in de winter, overleven ze in een soort ‘winterslaap’ onder de grond, waarbij ze hun lichaam beschermen tegen uitdroging met een dun laagje slijm, al zijn er enkele nieuwe slakkensoorten die wel goed tegen de koude bestand zijn. Bij warmere temperaturen komen ze boven de grond en gaan ze op zoek naar eten.

Je zal slakken vooral aantreffen in de beschutting van een struik of een tuinmuur, en liefst in de buurt van water. De laatste 50 jaar zijn er enkele nieuwe slakkensoorten ingevoerd, die vooral graag verblijven in meer bewoonde gebieden, dit in tegenstelling tot inheemse slakken, die je zowel in bewoonde als rurale gebieden kan terugvinden. Het zijn deze nieuwe slakkensoorten die ervoor zorgen dat er de laatste jaren zoveel meer slakken zijn.

Slakken leven voornamelijk van plantaardig materiaal, maar zijn ook niet vies van dode dieren en halfverteerde voedselresten in stoelgang van grotere dieren.
Op deze wijze krijgen ze ook de eitjes van de longworm binnen. Een slak kan dus vanaf ze uit het eitje komt besmet worden met de longworm, en 2 à 3 weken later is ze zelf infectieus voor de vos of de hond. Deze hondachtigen kunnen zich besmetten via opname van de slak zelf, maar ook via het slijm, waarin de slak longwormlarven uitscheidt.
Een geïnfecteerde slak kan tot 11 weken lang infectieus slijm uitscheiden!

Leuk weetje: de snelste slak ooit kroop aan een snelheid van 9,9m/u. Dit is ruim meer dan de gemiddelde snelheid: 7-32cm/u.

Slakkenseizoen

De meeste slakken houden van een warme, vochtige omgeving, en zal je dus vaker in het voorjaar en de zomer tegenkomen. Dit betekent echter niet dat ze niet tegen de koude kunnen! Sommige slakken blijven het hele jaar door actief, andere gaan in een soort winterslaap als het koud is, en wachten rustig af tot het weer warmer wordt.

Je zou kunnen zeggen dat het ‘slakkenseizoen’ loopt van maart tot oktober, wanneer de gemiddelde temperatuur ruim boven 0°C ligt. Dit betekent ook dat wanneer het warm en vochtig is, er ook meer slakken zullen zijn. Meer en meer worden er echt ‘slakkenplagen’ gezien, en ze staan alvast in de top 10 van de meest schadelijke tuinbewoners.
Dit is onterecht, want slakken doen ook veel goeds door dood materiaal op te ruimen en als voedingsstof aan de bodem toe te voegen.

Buiten een seizoensgebonden activiteit, hebben slakken ook een voorkeur qua omgeving. Ze houden niet erg van sterk zonlicht, omdat dat een gevaar voor uitdroging inhoudt.
Instinctief gaan ze op zoek naar beschutte, vochtige leefgebieden. Dit kan op grote schaal, zoals in een bos, maar ook op zeer kleine schaal, zoals in uw tuin, een vijver of de drinkbak van jouw hond.

Slakken zijn vooral ’s nachts actief, en kunnen dan tot 10m ver kruipen op zoek naar vocht en eten. Overdag zijn ze minder actief en zullen ze meer beschutting opzoeken.

Leuk weetje: de snelste slak ooit kroop aan een snelheid van 9,9m/u. Dit is ruim meer dan de gemiddelde snelheid: 7-32cm/u.