FAQ

Veel gestelde vragen

Zoeken

Welke honden lopen het hoogste risico op longworm? Is er leeftijdsafhankelijke bescherming?

Het is bekend dat de honden die slakken inslikken het hoogste risico lopen. Ook honden die regelmatig aas eten en over het algemeen wel eens gras eten kunnen een hoger risico lopen op het inslikken van geïnfecteerde tussengastheren.

Als we kijken naar de leeftijd, werden gevallen waargenomen in alle leeftijdscategorieën, maar jongere honden (<2 jaar) zijn oververtegenwoordigd. Er wordt verondersteld dat dit eerder te wijten kan zijn aan het gedrag (bv. de waarschijnlijkheid dat hij/zij slakken eet) dan aan specifieke leeftijd gerelateerde aspecten zoals immuniteit. Hieronder wordt de leeftijdsdistributie bij de diagnose van 163 geïnfecteerde honden afgebeeld.1

Leeftijdsdistributie van geïnfecteerde honden

Van sommige rassen wordt wel eens gezegd dat ze mogelijks oververtegenwoordigd zijn, zoals Cavalier King Charles Spaniels en Staffordshire Bull Terriers, maar dit kan gewoon liggen aan hun gedrag, met name het inslikken van besmette slakken. Longworm kan honden van alle rassen treffen: één publicatie rapporteert een bevestigde diagnose bij 60 verschillende hondenrassen.2

1 Koch J. et al. AT 2005, Angiostrongylus vasorum (French heartworm) in dogs – epidemiological and clinical aspects, In the context of biodiversity and health: programme, list of participants & abstracts, p.10-12, University of Copenhagen, Denmark, 21/06/2005

2 Koch J. et al. (2009) Canine pulmonary angiostrongylosis: An update, The Veterinary Journal, 179(3):348-359

Waar vind ik informatie over de geografische prevalentie en hoe registreer ik gevallen?

Er is geen meldingsplicht voor deze parasiet, dus is er geen gecentraliseerd gevallenregister. Wel is de parasiet al beschreven in al onze buurlanden3. Uit een studie in Nederland4 (De Veluwe en Den Haag) bij 485 honden is een prevalentie van 0,8% gevonden. Dit was een screeningsstudie naar de aanwezigheid van de longworm in Nederland en bewijst dat deze endemisch is. Tijdens de studie werd gebruik gemaakt van een single Baermann test, voor een redelijke specificiteit is een 3-dagen-test nodig. Verder onderzoek is nodig om een correcte prevalentie voor Nederland te bepalen. Een indicatie kan gegeven worden door het recente onderzoek van Dr. Marc Dirven (veterinair cardioloog). Een landelijke screening van stoelgangsstalen bij 1231 honden liet een prevalentie van 1,87% voor Angiostrongylus vasorum zien5.

Momenteel kan je gevallen vrijblijvend melden op het algemeen nummer van Bayer (+31 297 280 480), of via e-mail: longworm@bayer.com. Deze meldingen worden anoniem verwerkt in een kaart, die ons en de dierenartsen helpt om een beter zicht te krijgen over de risicogebieden in Nederland.

3 Elsheikha H.M. et al. (2014) Recent advances in the epidemiology, clinical and diagnostic features, and control of canine cardio-pulmonary angiostrongylosis, Veterinary Research 45:92

4Van Doorn D.C.K. et al. (2009) Autochtonous Angiostrongylus vasorum infection in dogs in The Netherlands, Veterinary Parasitology, 162:163-166

5Proceedings of the 6th European Dirofilaria and Angiostrongylus Days, Belgrade, Serbia, July 5 – 7, 2018, Parasites & Vectors, 11(Suppl 1):623

Is de longworm zich in aan het verspreiden?

Er worden de laatste jaren meer gevallen van longworm gezien en gemeld, niet enkel in regio’s waar de aanwezigheid van longwormen al langer bekend is, maar ook uit regio’s die voordien vrij leken van longworm3. De reden hiervoor is in hoge mate multifactorieel en er valt nog steeds veel te leren over deze parasiet. In verschillende studies3,5 wordt een aantal oorzaken geformuleerd:

 (i) de verplaatsingen van honden door het land, bijvoorbeeld, wanneer ze bij de fokker gekocht worden of met hun bazen op vakantie gaan

(ii) vossen zijn ook vatbaar voor infectie met de parasiet en werken als een bron van infectie voor honden, vooral in steden, waar het aantal vossen hoog kan oplopen

(iii) de opwarming van de aarde zou slakken kunnen bevorderen. Deze zijn een essentieel onderdeel van de levenscyclus van de parasiet, en blijven langer actief tijdens het jaar, als het maar vochtig genoeg is

(iv) een betere kennis over de parasiet, door zowel de hondenbazen als de dierenartsen, kan ook de reden zijn dat er vaker gemeld wordt.

3 Elsheikha H.M. et al. (2014) Recent advances in the epidemiology, clinical and diagnostic features, and control of canine cardio-pulmonary angiostrongylosis, Veterinary Research 45:92

5Traversa D. et al. (2010) Canine and feline cardiopulmonary parasitic nematodes in Europe: emerging and underestimated, Parasites & Vectors 3:62

Wat zijn de voornaamste klinische tekenen? Vertonen ze altijd symptomen? Hoesten ze altijd?

De klinische tekenen van angiostrongylose variëren zeer sterk; er worden drie hoofdsymptomen onderscheiden: hart en long, bloedstollingsstoornissen en zenuwstoornissen. Deze symptomen kunnen afzonderlijk optreden of gecombineerd bij dezelfde patiënt. In sommige gevallen zijn de klinische tekenen nauwelijks merkbaar of zelfs afwezig.

Cardiorespiratoire tekenen omvatten hoesten, kuchen, moeilijke of net versnelde ademhaling, inspanningsintolerantie of flauwvallen. Hoewel hoest vaak wordt waargenomen, zijn er vaak gevallen zonder hoesten.

Bloedstollingsstoornissen zijn een belangrijk teken (het mechanisme is nog niet volledig opgehelderd) met beelden als neusbloeden, bloed ophoesten, oogbloeding, blauwe plekken en aanhoudende postoperatieve bloeding. Bij alle gevallen van onverklaarbare bloeding moet longworm uitgesloten worden.

Zenuwsymptomen houden verband met een afwijkende migratie van de larven of met bloeding in het centraal zenuwstelsel (hersenen of ruggenmerg) en omvatten gedeeltelijke of volledige verlamming, depressie, toevallen, ongecoördineerde bewegingen of gedragsveranderingen.

Hieronder een voorbeeld van de klinische tekenen waargenomen bij 160 geïnfecteerde honden (sommige vertoonden meerdere tekenen) 2

Klinische tekenen

Aantal honden (160)

% honden

Hoesten

109

68,1

Dyspneu

37

23,1

Depressie

35

21,9

Bloeding

25

15,6

Lethargie

25

15,6

Anorexie

23

14,4

Gewichtsverlies

18

11,3

Braken

16

10

Diarree

9

5,6

Symptomen in het CZS

7

4,4

Onderhuidse zwelling

4

2,5

Keel schrapen

3

1,9

Andere

9

5,6

Geen klinische tekenen

11

6.9

2 Koch J. et al. (2009) Canine pulmonary angiostrongylosis: An update, The Veterinary Journal, 179(3):348-359

 

Kan herbesmetting optreden en moeten de andere dieren in huis ook getest worden?

Ja, een hond kan opnieuw besmet raken met Angiostrongylus vasorum als hij opnieuw besmette tussengastheren inslikt. Eigenlijk kan men er van uit gaan dat elke hond die ooit al eens een diagnose heeft gehad in de toekomst een hoger risico loopt, aangezien hij de neiging heeft vertoond om slakken te eten. Experts vinden het cruciaal om zo’n dieren proactief te volgen. In een vervolgonderzoek van dieren die een longworminfectie hadden doorgemaakt werd aangetoond dan bijna 1 op 5 honden binnen 5 jaar een nieuwe infectie oploopt.6

Men moet zich realiseren dat voor andere honden in hetzelfde huishouden of die dezelfde omgeving delen het risico op besmetting hoger is, omdat ze ook kans lopen om in contact te komen met besmette slakken. Honden kunnen elkaar niet rechtstreeks besmetten, aangezien de larven die ze uitscheiden nog niet besmettelijk zijn. Daarvoor moeten ze eerst opgenomen worden door een slak, waarin ze zich ontwikkelen tot het voor honden besmettelijke larvestadium en pas dan kunnen ze andere honden besmetten. Het is dus altijd raadzaam om andere honden uit hetzelfde huishouden als van een bevestigd geval te laten testen.

6Willesen J. et al. (2012) Angiostrongylus vasorum infections in dogs – a five-year follow-up study, 2nd Angiostrongylosis forum, EDiS, Parma, Italy

Is het slijmspoor van een geïnfecteerde slak een risico voor honden?

Ja, dit kan een risico vormen. Uit een experimentele studie7 blijkt dat besmette slakken besmettelijke larven uitscheiden in hun slijmspoor, die ook nog eens tot 12 dagen kunnen overleven in het slijm. Hiervoor moet het slijm wel vochtig blijven, want de larven kunnen niet overleven in een droge omgeving. De slakken blijven larven uitscheiden gedurende enkele maanden, en zorgen zo voor een continue besmetting van de omgeving.

Dus: vers slijm in een vochtige omgeving zoals een plas water, een drinkbak of vochtig gras kan beschouwd worden als een risico.

7Conboy G. et al. (2017) Spontaneous shedding of metastrongyloid third-stage larvae by experimentally infected Limax maximus, Parasitol. Res. 116:S41-S54

Is er een welbepaalde slakkensoort die deze parasiet meedraagt?

Meer dan 25 soorten land- en waterslakken bleken een tussengastheer te zijn. Hiertoe behoren ook de soorten die in Nederland voorkomen.8

Zowel huisjes- als naaktslakken kunnen de infectie overdragen. Er zijn honden die graag slakken eten, en deze lopen vanzelfsprekend de kans om besmet te worden. Maar ook andere honden kunnen bijv. een kleine slak opeten als ze op gras of takken kauwen, en veel eigenaars weten niet of zien niet dat hun hond slakken opeet. In een verslag van de Royal Veterinary College waarin 18 bevestigde longwormgevallen werden gevolgd, hadden slechts 4 baasjes hun honden slakken zien eten.9

8Conboy G. et al. (2000) Canine Angiostrongylosis (French Heartworm), Companion and Exotic Animal Parasitology, www.ivis.org, Document No A0306.0500

9Chapman P.S. et al. (2004) Angiostrongylus vasorum infection in 23 dogs (1999-2002), Journal of Small Animal Practice 45:435-440

Kan de longworm (Angiostrongylus vasorum) katten of mensen besmetten?

Nee, de longworm Angiostrongylus vasorum kan geen katten of mensen besmetten.

Katten kunnen wel besmet worden door een andere longworm als ze geïnfecteerde slakken inslikken. Deze worm heet Aelurostrongylus abstrusus, en veroorzaakt ook ademhalingsstoornissen, maar geen stollingsstoornissen. Dit zijn geen zoönotische parasieten, die de mens kunnen besmetten. Echter, een ander lid van de Angiostrongylus-familie kan dat wel: Angiostrongylus cantonensis (de rattenlongworm), die ook wordt doorgegeven door het inslikken van besmette slakken.